Als iemand een willekeurige voorbijganger vraagt om zonder na te denken een aantal woorden op te noemen die Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie graag bezigt, zal zonder twijfel ‘daadkracht’ in de top drie zitten. Dat is ook waar de Minister graag om bekend staat.

Alleen niet wanneer het om het CJIB gaat…

Naar aanleiding van de uitzending waarin de Rijdende Rechter fel van leer trekt tegen het Centraal Justitieel Incassobureau, heeft Kamerlid Jeroen Recourt (PvdA) een aantal schriftelijke vragen aan de Minister gesteld. Geen ingewikkelde vragen om te beantwoorden. Zeker niet voor een intelligente man zoals de Minister is.

De eerste vraag is of de Minister de uitzending heeft gezien. Dat is een gemakkelijke. Maar de rest is ook best een eitje. Zo wil Jeroen weten hoe het met de uitrol van de hulp aan schrijnende gevallen gesteld is. En of de Minister een beetje vordert met zijn onderzoekje, of dat het mogelijk maken van termijnbetalingen misschien een handig idee is. En waarom dat allemaal zo godvergeten lang moet duren.

Tot mijn schrik las ik daarbij dat de beloofde betalingsregelingen (die nota bene in 2014 van kracht moesten worden) waarschijnlijk pas in 2016 (!) voor de bakker is.

De Minister heeft vandaag een keurig briefje terug geschreven. Ik denk dat Jeroen, net als ik, in louter verbazing van zijn stoel kukelde.

Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Recourt (PvdA) van
uw Kamer aan de minister van Veiligheid en Justitie over afbetalingsregelingen
door het CJIB naar aanleiding van een uitzending van De Rijdende Rechter
(ingezonden 17 december 2014) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen
worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Eerlijk waar, hij schreef het.

“Aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.”

Wat er zo ingewikkeld is aan de benodigde informatie is me een raadsel. Deze vragen zijn zo simpel, dat naar de telefoon grijpen en naar Leeuwarden bellen genoeg zou moeten zijn.
Maar wat vast staat, als het om het CJIB gaat, is dat de Minister plotseling zo traag als dikke stront is. Daarom noem ik hem al een tijdje geen Opstelten meer, maar Uitstelten. Dat past hem beter.

Het lijkt  wel of dat Justitie voor de mensen in betalingsnood helemaal niets wil veranderen.
Zou het soms dan toch zo zijn dat de absurde verhogingen van CJIB als inkomstenpost in de begroting van Justitie is meegenomen? Kunnen ze daar bij de financiële administratie misschien helemaal niet zonder dat legaal gejatte geld van laatbetalers?

In ieder geval is het duidelijk dat Opstelten het allemaal liever voor zich uitschuift. In de hoop dat het briesje weer gaat liggen. En niemand er mee aan denkt.

Nee, Minister Uitstelten. Wij houden u met z’n allen wel wakker. Onlangs nog de mailbox geopend?

Steun Cel 34 bij de verandering van het CJIB-beleid!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *